Wat zijn de gevolgen van lage opkomstcijfers bij gemeenteraadsverkiezingen?

Op de verkiezingen voor het Europees Parlement na, scoort geen stemgang lager dan herindelingsverkiezingen.

Hoeveel Friezen mogen vandaag gebruikmaken van hun stemrecht?

Ruim 40 procent van alle Friese kiesgerechtigden mag stemmen: 207.000. Gezien het verleden zal nog geen 100.000 van hen de stemkaart gebruiken. Opkomstpercentages bij herindelingsverkiezingen schommelen doorgaans tussen de 40 en 50 procent, terwijl bij reguliere raadsverkiezingen zeker meer dan de helft stemt.

Waarom is de opkomst bij herindelingsverkiezingen zo laag?

Onwetendheid is een van de belangrijkste oorzaken, zo blijkt uit onderzoek. Er is weinig landelijke aandacht voor herindelingen. Gemeenten en partijen kunnen dus niet meeliften op het mediacircus dat bij ‘gewone’ verkiezingen op gang komt. Thuisblijvers geven ook aan dat ze vinden dat er niets te kiezen valt, ze de raadsleden en de standpunten niet kennen of verkiezingsmoe zijn. Een deel van de thuisblijvers stemt niet uit protest. Zij zijn het bijvoorbeeld niet eens met de herindeling van hun gemeente. Toeval of niet: bij de meest recente herindelingsverkiezingen werden er procentueel meer blanco stemmen geteld dan bij andere stembusgangen.

Welk gevaar schuilt er in een lage opkomst?

Uit onderzoek blijkt dat bij verkiezingen laagopgeleide mensen vaker thuisblijven dan hoogopgeleide kiezers. Hoe minder laagopgeleide mensen stemmen, hoe meer invloed hoogopgeleiden op de uitslag hebben. Dat kan leiden tot gemeentelijk beleid dat niet representatief is voor de hele bevolking. Mocht de opkomst niet boven de 50 procent uitkomen, dan kan het in theorie zo zijn dat de coalitie niet de steun van de meerderheid van de bevolking heeft, maar een minderheid vertegenwoordigt. Al geldt ook: niet stemmen kan ook een keuze zijn.

Zijn er partijen die baat hebben bij een lage opkomst?

Verschillende partijen hebben een trouwe aanhang, zoals het CDA en de ChristenUnie. Hoe lager de opkomst, hoe hoger relatief het aantal CDA-kiezers. Voorbeeld: CDA Súdwest-Fryslân pakte in 2010 7500 stemmen, een aandeel van 24,5 procent. De opkomst was toen 49 procent. Vier jaar later lag de opkomst op 58 procent. Het aantal absolute stemmers steeg naar 8900, maar het stemaandeel zakte van 24,5 naar 23,6 procent. Het CDA leek last te hebben van de hogere opkomst.

Slecht weer, verkiezingsmoe. Dus het CDA wint?

Dat bepalen de kiezers, maar als je kijkt naar het verleden maken ze grote kans. Traditioneel scoren lokale partijen ook altijd goed tijdens raadsverkiezingen. Landelijk gezien zijn de lokalen de grootste. Alleen in Friesland wijkt dat af: het CDA is de grootste in de Friese raden. De FNP wordt beschouwd als een regionale partij. Tel je de FNP wel bij de lokalen, dan stemde in 2014 één op de drie Friezen op een lokale partij.

 

Bron:lc.nl

Post Author: Admin